Parkeerbeleid

Laatste update: 16/07/2021.

Nabeschouwing

Naar aanleiding van de commotie rond het parkeren hebben wij een nabeschouwing geschreven met daarin ook een opsomming van de punten die aan de gemeente zijn voorgelegd en waarbij voor een deel ook de antwoorden van de gemeente zijn weergeven. De nabeschouwing staat onderaan deze pagina. Klik hier om er heen te gaan.

Wat vooraf ging

Klik hier om de presentatie te zien zoals deze is getoond tijdens de informatieavond op 2 februari 2021 waarin de visie is teruggekoppeld naar de deelnemers.

De gemeente heeft uitgangspunten geformuleerd inzake het parkeren van auto’s in de binnenstad. Na een online informatieavond op 17 juni is er en werkgroep aan het werk gegaan die deze uitgangspunten van commentaar heeft voorzien. In de werkgroep zitten naast het platform ook vertegenwoordigers van het stadshart, het bedrijfsleven en een aantal bewoners. Tegelijkertijd wordt ook gesproken met een aantal klankbordgroepen van de gebieden die rond de binnenstad zijn gelegen. Inmiddels heeft de werkgroep haar commentaar op voornoemde uitgangspunten afgeleverd.

De uitgangspunten zoals hiervoor genoemd behelzen het volgende:

  1. Het gebied binnen centrumring autoluw maken;
  2. De P-garages primair bestemmen voor bezoekers van winkels en horeca;
  3. De woonstraten uitsluitend beschikbaar maken voor bewoners en hun bezoek;
  4. Daar waar de parkeerdruk hoog is parkeerregulering inzetten;
  5. Mobiliteitshubs en fietsparkeervoorzieningen inrichten;
  6. Zoeken naar parkeervoorzieningen net buiten de binnenstad; en
  7. Een gemeente die optreedt als gebiedsregisseur mobiliteit

Tijdens de 1ste vergadering wordt al meteen duidelijk dat er veel vragen zijn over de uitwerking van genoemde uitgangspunten (tarieven, vergunningen e.d.). Ook wordt duidelijk dat de werkgroep verschillend denkt over de rol van de P-garages. De uitgangspunten genoemd onder 2 en 3 zijn dan omgedraaid; lang parkeren in de P-garages (bewoners en hun bezoekers) en kort parkeren op straat. Uit onderzoek blijkt overigens dat met name de P-garage Castellum maar matig gebruikt wordt.

Tijdens de 2e vergadering op 30 september wordt nader onderzoek gepresenteerd, met name over de behoefte en capaciteit van bestaande parkeermogelijkheden.

Dit onderzoek leert ons dat het aantal afgegeven vergunningen versus het aantal beschikbare parkeerplaatsen enige ruimte biedt. Daarbij wordt wel aangetekend dat er bewoners zijn die buiten de binnenstad parkeren (met name in het Bomen- en Bloemenkwartier). Dit wordt als ongewenst gezien. De cijfers laten ook zien dat het autobezit van binnenstadbewoners lager lijkt te zijn (net als elders in vergelijkbare binnensteden). Naar voren kwam ook dat voor verschillende woongebieden in de binnenstad bijzondere regelingen van kracht zijn (bewoners van het Defensie-eiland en Nieuwe Markt/Hoge Woerd parkeren verplicht met een abonnement in de P-garages). Afgesproken is dat die bewoners primair in aanmerking komen voor een abonnement

Verder moeten de tarieven alsmede de tijdsduur van parkeren op straat en de garages beter op elkaar worden afgestemd. Nu kan men avonds gratis op straat parkeren.

Over het gedeelte van de binnenstad dat autoluw gaat worden bestaat nu duidelijkheid; Wagenstraat en Nieuwstraat, alsmede het gebied ten noorden van de Achterstraat vallen daar buiten (behalve de parkeerplaatsen nabij de Kruisstraat). Het parkeren in het autoluwe gebied wordt op termijn minder ruimhartig (uitsterfbeleid). Hieronder staat het autoluwe gebied gemarkeerd.

Platformbinnenstadwoerden Verkeersluwgebied

Tijdens de 3e vergadering (online, 14 oktober) is vooral gesproken over de uitvoeringsconsequenties van bepaalde beleidsonderdelen. Hoe organiseer je bijvoorbeeld het uitsterfbeleid voor parkeervergunningen in het zgn. autoluwe gebied. Ook is uitvoerig gesproken over het starttijdstip van het betaald parkeren. Er wordt gedacht om daar 10u van te maken. Hiermee hoopt men te bereiken dat het (auto)bezoek aan de binnenstad wat meer gespreid wordt (positief effect op de parkeerdruk).

De begrenzing van het autoluwe gebied kwam wederom ter sprake. De vraag is namelijk gesteld of de parkeerplaatsen rond de Bonaventurakerk niet onder het geplande parkeerregime van de Wagenstraat zouden moeten vallen. Uiteindelijk zal worden voorgesteld om alleen de parkeerplaatsen bij de kerk in de Rijnstraat daarvoor aan te merken.

Uitvoerig is er ook stilgestaan bij het aspect deelmobiliteit, waarbij het autobezit wordt gedeeld of door derden wordt geleverd (deelauto). Er zullen, naast nationale bedrijven zoals Greenwheels), ook met lokale garagebedrijven worden gesproken of een lokaal systeem kan worden opgezet. Inmiddels zijn door de gemeente al 4 plaatsen in de stad aangewezen (w.o. het Plantsoen) voor het parkeren van dergelijke deelautos.

Inmiddels zijn wel zo’n beetje alle aspecten van het toekomstige parkeerbeleid voor de binnenstad aan de orde gekomen. Over fiets parkeren wordt de volgende vergadering besproken. De gemeente en haar adviseurs gaan nu aan de slag om het concept advies van de werkgroep  op te stellen voor besluitvorming. Dit advies zal door het college van B&W worden gebruikt om een voorstel aan de gemeenteraad te kunne doen.

Op 18 november, de laatsteen 4e vergadering, praat de werkgroep (wederom online) uitvoerig over de hoofdlijnen van het op te stellen advies van de werkgroep. Gesteld kan worden dat de uitgangspunten, zoals aan het begin van deze tekst opgesomd, in algemene zin worden onderschreven.

Dit geld ook voor het nog niet besproken onderwerp over het parkeren van de fietsen. Hierbij wordt onder meer gedacht aan een grootschalige fietsvoorziening (incl. servicepunt) langs de Groenendaal (achter de vm. Mariaschool) en maatregelen om het (kort) parkeren van de fiets te structureren. Voorgesteld wordt om fietsparkeervakken aan te geven en het plaatsen van zgn. nietjes (fietsklemmen).

Over de uitwerking van sommige uitgangspunten wordt hier en daar nog verschillend gedacht. Het gaat dan bv om een voorstel om het aantal parkeerplaatsen bij de Nieuwstraat uit te breiden (zijde Ravelijnsingel). Afgesproken wordt hier separaat overleg over te voeren. Wel wordt een voorstel van het platform geaccordeerd om de Molenstraat uit het autoluwe gebied te halen. Deze straat fungeert immers als 2e toegang naar de P-garage en het betreft een straat met hoofdzakelijk woningen.

Eind november wordt het conceptadvies beschikbaar gesteld voor finaal commentaar (schriftelijk). Van de zijde van het platform worden 2 aanvullende voorstellen gedaan. Het eerste betreft het voorstel om ook het laatste deel van de Havenstraat (tussen de Hoge Woerden en de Wilhelminaweg) uit het autoluwe gebied te halen. Dit omdat in onze ogen de Molenstraat niet geschikt kan worden gemaakt voor tweerichtingsverkeer (voorstel opgenomen in conceptadvies). Als ook de Havenstraat uit het autoluwe gebied wordt gehaald kan een betere en eenvoudiger verkeerscirculatie ontstaan voor het autoverkeer; via de Molenstraat er in en via de Hogewoerd en Havenstraat er weer uit. Dit wordt acceptabel geacht omdat in het genoemde deel van de Havenstraat hoofdzakelijk woningen te vinden zijn.

Het 2e voorstel gaat er om het parkeren van de fiets wettelijk te reguleren door het op te nemen in de Plaatselijke Politie Verordening (APV). Dit om ook het parkeren van de fiets te disciplineren.

Inmiddels is het eindadvies van de werkgroep gereed en wordt er door de gemeente nu gewerkt aan een beleidsvoorstel voor het parkeren van auto en fiets in de binnenstad. Na besluitvorming in het college wordt er begin 2021 een informatieve gemeenteraadsvergadering georganiseerd. Leden van de werkgroep krijgen daar de mogelijkheid een toelichting te verstrekken. Naar verwachting zal de Raad in februari een definitief voorstel op tafel krijgen voor besluitvorming. Het genoemde voorstel voor de Havenstraat (omdraaien rijrichting en niet opnem in het autoluwe gebied is opgenomen in het eindadvies van de werkgroep aan B&W.

Naar verwachting zal midden januari het advies van de werkgroep en het beleidsadvies van B&W aan de Raad voor publicatie worden vrijgeven en dan ook op de website van het platform te lezen zijn.

De uitgangspunten voor het uitwerken van het parkeerbeleid door de gemeente behelzen het volgende:

  1. Het gebied binnen centrumring autoluw maken;
  2. De P-garages primair bestemmen voor bezoekers van winkels en horeca;
  3. De woonstraten uitsluitend beschikbaar maken voor bewoners en hun bezoek;
  4. Daar waar de parkeerdruk hoog is parkeerregulering inzetten;
  5. Mobiliteitshubs en fietsparkeervoorzieningen inrichten;
  6. Zoeken naar parkeervoorzieningen net buiten de binnenstad; en
  7. Een gemeente die optreedt als gebiedsregisseur mobiliteit

Nabeschouwing

De activiteiten van de Werkgroep Parkeerbeleid Parkeren Binnenstad (WPPB) zijn in december 2020 beëindigd middels het sturen van een advies aan het college van B&W. Lees in het advies wie er aan de WPPB hebben deelgenomen. Tegelijkertijd is er door de klankbordgroep Schilwijken ook een advies uitgebracht. Het is duidelijk dat de effecten van het parkeerbeleid voor de binnenstad ook gevolgen hebben voor de omringende wijken.

De opgave voor de WPPB was om een unaniem advies op te stellen over het nieuwe parkeerbeleid voor de binnenstad. Dat is een lastige opgave. De WPPB heeft er daarom voor gekozen om het uitgebrachte advies in drie soorten te splitsen:

  1. Advies van de WPPB (uitwerking van de uitgangspunten van het aangenomen raadsvoorstel van 12 maart j.l.);
  2. Voorstel van de WPPB (aanvullend advies buiten de kaders, maar met unanieme overeenstemming);
  3. Geen advies of geen volledige consensus vanwege het ontbreken van unanieme overeenstemming of consensus.  

Lees het advies voor de uitwerking hiervan. Deze aanpak houdt daarmee in dat er door verschillende groepen waaronder het bewonersplatform, voorstellen zijn gedaan waarover geen volledige consensus is bereikt. Bijvoorbeeld met betrekking tot het opnemen van de Molenstraat/deel Havenstraat in het verkeersluwe gebied en het wijzigen van de verkeerscirculatie.

Ook de vertegenwoordigers van de Nieuwstraat hebben dergelijke voorstellen gedaan  onder meer over de uitbreiding van de parkeermogelijkheden. 

Op zich is het begrijpelijk dat er voorstellen zijn toegevoegd aan het gevraagde advies omdat de WPPB voor een lastige opgave kwam te staan. Deze voorstellen hebben een sterke relatie met het parkeren van auto’s, maar dragen niet altijd bij aan de doelstelling van het vastgestelde parkeerbeleid zelf. Dit is een wat formele benadering waarbij helaas de kans bestaat dat deze voorstellen op de lange baan worden geschoven.

Beide adviezen (binnenstad en schilwijken) zijn uiteindelijk door de Gemeenteraad behandeld en zijn er besluiten genomen die gebaseerd zijn op het advies en de voorstellen waarover volledige overeenstemming was bereikt. Een voorbeeld daarvan is het voorstel inzake het parkeren van fietsen.

Inmiddels is duidelijk dat de uitvoering van deze besluiten tot behoorlijk wat commotie heeft geleid, met name in het toekomstige verkeersluwe gebied dat ligt binnen de  centrumring.

De start van alle commotie was de rekening die de gemeentelijke parkeerservice stuurde voor het verlenging van de parkeervergunningen (kostenstijging bijna 25%). Deze rekening gleed bij een ieder in de bus nagenoeg zonder enige toelichting. Het ontbreken van een duidelijke en tijdige gemeentelijk toelichting over het vastgestelde parkeerbeleid over dit zo gevoelige onderwerp wordt dan ook gezien als basis van alle ophef. Pas weken later is de communicatie met daarin een gedegen uitleg op gang gekomen.

Waar staan we nu en hoe gaat de gemeente om met alle bezwaren die er zijn geuit en de voorstellen die er zijn gedaan om e.e.a. aan te passen?

Eind mei en begin juli zijn de ervaringen van de gemeente en anderen met het nieuwe parkeer systeem gedeeld met de WPPB.

Uit dit overleg komt naar voren dat de gemeente van plan is de rafelranden van het systeem bij te stellen. Denk daarbij dan aan de Leidsestraatweg; van zone D naar B. Maar de uitgangspunten zoals die door de Gemeenteraad zijn vastgesteld blijven overeind. Men vindt de tijd te kort om nu al “forse” wijzigingen door te voeren. Pas komende december of januari (2022) wil men het systeem grondig evalueren. Dan komen wellicht ook zaken aan de orde zoals de al eerder genoemde rijrichtingverandering in de Havenstraat, de aanleg van parkeerplekken nabij de Ravelijnsingel of een forse wijziging van het parkeerregime in de Wagenstraat).

Tijdens de gesprekken met de WPPB is expliciet gevraagd de ervaringen met het systeem te delen, zolang de gewenste aanpassingen maar om kleine wijzigingen gaan (de rafelranden dus). Het volgende is een opsomming van knelpunten waarover de gemeente zich op korte termijn zal buigen. Eventuele wijzigingen gaan pas in na de zomer.

Overigens zijn door een aantal bewoners inmiddels bezwaarschriften ingediend. Die worden behandeld door een onafhankelijke commissie. De afwikkeling daarvan zal helaas wat langer duren dan men zou willen.

Hieronder de opsomming van de belangrijkste knelpunten, vragen e.d.. Zo mogelijk is het antwoord van de gemeente in cursief al weergegeven.

  1. Hoe zit het met het opladen van elektrische auto’s.
    Dit blijft in afwachting van nieuw beleid voorlopig ongewijzigd;
  2. Gevraagd wordt om meer plekken voor kort parkeren, vooral van belang voor de markten op woensdag en zaterdag.
    Gekeken wordt of er een aantal plekken kunnen worden gerealiseerd voor zeer kort parkeren (denk dan aan 15 minuten);
  3. Hoe zit het met het aantal parkeerplaatsen voor gehandicapten?
    Dit blijft in principe gelijk. De plek in de Wagenstraat wordt nader bekeken (eventueel verplaatsen);
  4. Kan er een dagontheffing komen voor verhuizingen, verbouwingen aan panden e.d.?;
  5. Het Klooster wil graag een “permanente” laad- en loszone.in de Wagenstraat;
  6. Het alternatief voor vergunninghouders uit het verkeersluwe gebied om tot maart 2023 in zone D5 (Oostsingel/laan) te kunnen parkeren wordt als onredelijk ervaren (te ver weg). Er wordt gepleit dat hiervoor de gehele zone D beschikbaar is;
  7. Hoe zit het nu precies met een 2e vergunning voor bewoners in het verkeersluwe gebied;
  8. Uitfaseren van nieuwe vergunningen voor bestaande vergunninghouders in het verkeersluwe gebied bij wijziging van het kenteken wordt als onredelijk ervaren;
  9. Kan de parkeerduur voor bezoekers van de Wagenstraat naar 3 uur (ipv 2 uur). Dit omdat veel bezoekers ook nog even wat boodschappen doen in de rest van de binnenstad.
    De eerste reactie van gemeentezijde is negatief omdat het indruist tegen de principes van het parkeersysteem;
  10. Waarom kan de rijrichting in de Havenstraat niet worden omgedraaid.
    Vooralsnog niet mogelijk vanwege de verkeerssituatie bij de Meulmansweg die moet nl. worden aangepast;
  11. Het instellen van tweerichtingsverkeer in de Molenstraat wordt onwenselijk geacht (te smal).
    De gemeente overweegt de huidige situatie te handhaven (uitrijden via de Havenstraat zoals nu ook al gebeurt);
  12. Bewoners van de Molenstraat hebben veel last van voertuigen van marktkooplui die op woensdag tegen de rijrichting in naar de Wilhelminaweg rijden (nu wordt dit toegestaan middels een recentelijk geplaatst bord op de hoek Molenstraat/Wilhelminaweg);
    Bezien zal worden of dit bord geplaatst is op grond van een bestuurlijk besluit. Verder wordt gesproken met de marktmeester over het uitrijden van de marktvoertuigen;
  13. Kan het Plantsoen tussen Achterstraat en Hoge Wal uit zone D worden gehaald en in zone B worden geplaatst.

Verder is de gemeente nadrukkelijk geadviseerd de communicatie richting alle betrokkenen in de binnenstad zorgvuldig en tijdig te laten plaatsvinden en daarbij meer empathie te tonen. De gemeente heeft toegezegd om 1 op 1 met groepen in gesprek te gaan. Dit is inmiddels o.a. met de bewoners van de Willemshof en Molenstraat al gebeurd. Als bewonersplatform zijn we daarbij betrokken. Overigens hebben we al in een eerder stadium overleg gehad met groepen bewoners in het verkeersluwe gebied.

Verslag van de werkgroepbijeenkomst op 7 juli 2021

Artikel over de door de bewoners aangespannen rechtzaak

Tot slot is afgesproken de WPPB ook te betrekken bij de al eerder genoemde grondige evaluatie eind dit jaar/begin volgend jaar.